Wat is een persoonlijk beschermingsmiddel?

Een persoonlijk beschermingsmiddel (PBM) is een uitrusting die bestemd is om mensen te beschermen tegen een of meer risico’s die de veiligheid en gezondheid kunnen bedreigen. Het persoonlijk beschermingsmiddel wordt gedragen of vastgehouden door een persoon. Ook aanvullingen of accessoires kunnen een persoonlijk beschermingsmiddel zijn.

Persoonlijke beschermingsmiddelen worden op veel plekken gebruikt, denk hierbij aan werk en privé, door veel verschillende mensen. De wettelijke eisen waar persoonlijke beschermingsmiddelen aan moeten voldoen gelden altijd. Het maakt niet uit of de persoonlijke beschermingsmiddelen door een werknemer, een zelfstandige of door iemand thuis in de privésituatie wordt gebruikt.

Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten voldoen aan wettelijk vastgelegde producteisen. De fabrikant van een persoonlijk beschermingsmiddel geeft aan waar zijn product tegen beschermd. Werkgevers moeten geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen gratis beschikbaar stellen en ze moeten goede voorlichting geven over het gebruik en onderhoud ervan. Werknemers zijn ook zelf verantwoordelijk voor het goed gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen. 

Persoonlijk beschermingsmiddel als preventie
Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen veel leed voorkomen. Een veilige werkplek met voldoende persoonlijke veiligheid voor medewerkers kan uitvallen door ongevallen en ziekte voorkomen. Persoonlijke beschermingsmiddelen beschermen, als ze goed gebruikt worden, kwetsbare en vitale lichaamsdelen, zoals hoofd, ogen, oren, handen en voeten. Een persoonlijk beschermingsmiddel kan ook het gehele lichaam beschermen als dat blootstaat aan een arbeidsrisico, bijvoorbeeld extreme hitte. Door persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste manier te gebruiken beperken ze persoonlijke en financiële schade.

De definitie van persoonlijke beschermingsmiddelen
De definitie van een persoonlijk beschermingsmiddel in het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen 2018 verwijst naar de definitie die in de Europese Verordening gegeven wordt. In artikel 3 van de EU Verordening 2016/425 over persoonlijke beschermingsmiddelen staat:

  1. “persoonlijk beschermingsmiddel” (PBM):

a) een uitrustingsstuk dat is ontworpen en vervaardigd om door een persoon te worden gedragen of vastgehouden ter bescherming tegen één of meer risico’s voor de gezondheid of veiligheid van die persoon;

b) uitwisselbare onderdelen voor een uitrustingsstuk als bedoeld onder a) die essentieel zijn voor de beschermende functie ervan;

c) verbindingssystemen voor een uitrustingsstuk als bedoeld onder a) die niet door een persoon worden vastgehouden of gedragen en die ontworpen zijn om die uitrusting te koppelen aan een externe voorziening of aan een betrouwbaar verankeringspunt, die niet ontworpen zijn om permanent te worden bevestigd en die niet moeten worden vastgemaakt vóór gebruik.

Er bestaan heel veel verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen. Het beschermingsmiddel beschermt tegen een bepaald gevaar als het daar ook voor bedoeld is. Een handschoen die beschermt tegen snijden, beschermt niet tegen gevaarlijke stoffen. Een bril die nodig is om de ogen te beschermen tegen rook, is niet dezelfde bril die nodig is om te beschermen tegen spetters van een bijtende stof. 

Beschikbaar stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen

Als in het werk persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn, is de werkgever verplicht om dat ter beschikking van de werknemer te stellen. De kosten hiervan zijn ten laste van de werkgever. De werknemer krijgt het persoonlijke beschermingsmiddel voor het werk ter beschikking zonder dat hij er zelf kosten voor hoeft te maken.

Eisen aan het persoonlijke beschermingsmiddel

Elk persoonlijke beschermingsmiddel moet voldoen aan wettelijke essentiële veiligheids- en gezondheidseisen. Een persoonlijke beschermingsmiddel dat aan alle wettelijke eisen voldoet, moet een CE-markering hebben (Conformité Européenne). Het is voor de gebruiker dus makkelijk om te controleren of het persoonlijk beschermingsmiddel dat aan hem verstrekt is, een goed product is. 

Een goed product moet ook goed gebruikt worden. Anders beschermt het niet en wordt het voor niets gebruikt. Bij het persoonlijk beschermingsmiddel moet daarom een instructie meegeleverd worden. Daarin staat in ieder geval:

  • Waar tegen het persoonlijke beschermingsmiddel beschermt;
  • Hoe het op een goede manier gebruikt wordt;
  • Hoe het op een goede manier bewaard en onderhouden wordt;
  • Hoe lang het mee gaat.

Zie voor een meer uitgebreide uitleg over de wettelijke eisen waar een persoonlijk beschermingsmiddel aan moet voldoen, de pagina Wat staat er in de wet over persoonlijke beschermingsmiddelen.

Keuze van een persoonlijk beschermingsmiddel

De keuze voor een persoonlijk beschermingsmiddel volgt uit de risico-inventarisatie en-evaluatie. Een belangrijke voorwaarde is vanzelfsprekend: het gekozen beschermingsmiddel moet een goede bescherming bieden tegen het gesignaleerde gevaar. Daarnaast is het heel belangrijk dat het beschermingsmiddel door de medewerker goed gebruikt wordt.

Daarom is het aan te bevelen dat de werkgever en werknemer met elkaar bespreken wat een geschikt beschermingsmiddel is voor de specifieke werksituatie. Zodat als de werkgever het persoonlijk beschermingsmiddel aanschaft, hij een overweging heeft kunnen maken over de geschiktheid (doeltreffende bescherming) en de prijs van het persoonlijk beschermingsmiddel.

De medewerker heeft in dat geval kunnen aangeven wat voor hem belangrijke aspecten zijn waar een geschikt beschermingsmiddel aan moet voldoen zodat het makkelijk en goed gebruikt kan worden. Dat kunnen aspecten zijn als comfort, pasvorm, gebruiksgemak tijdens het werk, onderhoud. 

Een persoonlijk beschermingsmiddel is persoonlijk

Zoals de naam al zegt, is een persoonlijk beschermingsmiddel bedoeld voor gebruik door één persoon. Maar als de omstandigheden dat vereisen, mag bij wijze van uitzondering het persoonlijk beschermingsmiddel door meerdere mensen gebruikt worden. Dan moet er wel voor gezorgd worden dat de verschillende gebruikers van het beschermingsmiddel geen gezondheids- of hygiëneproblemen krijgen. 

Een persoonlijk beschermingsmiddel wordt altijd gedragen of vastgehouden door een persoon. Dat betekent dat elk gebruik door meerdere personen in principe niet gewenst is en gepaard gaat met twee vragen:

  1. Biedt het persoonlijk beschermingsmiddel in elk geval de benodigde bescherming?
  2. Is dergelijk gebruik op een hygiënische wijze mogelijk? 

Voorbeeld; Delen van een persoonlijk beschermingsmiddel 

Wel mogelijk om te delen: Kleding die tegen ioniserende straling beschermt die over de eigen kleding wordt gedragen.  

Niet mogelijk om te delen: Gehoorbescherming die in het oor wordt gedragen (standaard oordoppen)– dit is niet op een hygiënische wijze mogelijk. 


1Ademhalingsbescherming
2Beschermende kleding
3Gezichtsbescherming (gelaatsbescherming)
4Gehoorbescherming
5Handbescherming
6Hoofdbescherming
7Oogbescherming
8Valbescherming
9Voetbescherming

1-Ademhalingsbescherming

Ademhalingsbescherming maakt het mogelijk lucht in te ademen die vrij is van gevaarlijke stoffen. Deze bescherming kan als aanvullende bescherming op de werkvloer nodig zijn, als collectieve maatregelen aan de bron onvoldoende blijken.

Wat zijn de risico’s van vervuilde lucht?

In de werkomgeving kan het risico ontstaan dat er gewerkt wordt in lucht die niet geschikt is om door mensen ingeademd te worden. Het is belangrijk passende maatregelen te treffen om het risico van inademen van vervuilde lucht zo klein mogelijk te maken.

De lucht kan ongeschikt zijn om door mensen in te ademen omdat:

  • Het kan gevaarlijke stoffen bevatten. Bij het thema Werken met gevaarlijke stoffen is meer informatie te vinden hierover;
  • Een specifiek risico is de aanwezigheid van biologische agentia die bij inademing ziekte kunnen veroorzaken, zoals SARS-CoV-2, het coronavirus. Over dit onderwerp is op een aparte pagina opgenomen.
  • Het kan te weinig of te veel zuurstof bevatten;
  • Het kan een explosief mengsel bevatten. Meer uitleg over dit onderwerp staat bij het onderwerp Explosieveiligheid.

Het kan nodig zijn om andere persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken als er ook andere risico’s aanwezig zijn, bijvoorbeeld beschermende kleding of valbescherming. 

De vorm waarin gevaarlijke stoffen in de lucht kunnen voorkomen zijn dampen, gassen, fijn stof, ultrafijn stof en vezels. De risico’s zijn niet altijd hetzelfde. Hoe groot het risico voor een persoon is hangt af van:

  • Welke stof is aanwezig;
  • Hoeveel van de stof is aanwezig;
  • In welke vorm is de stof aanwezig;
  • Hoe lang is iemand aan het werk in de vervuilde lucht.

De gevolgen van het inademen van gevaarlijke stoffen hangen af van wat er precies is ingeademd. Er kunnen verschillende symptomen optreden, en dit kan gebeuren direct na inademing. Maar de symptomen kunnen ook pas na langere tijd komen. 

Enkele voorbeelden van symptomen zijn:

  • Benauwdheid;
  • Kortademigheid;
  • Hoesten;
  • Hoofdpijn;
  • Keelklachten;
  • (Long)kanker.

Verschillende soorten ademhalingsbescherming

Er zijn verschillende soorten adembescherming die toegepast kunnen worden als bescherming nodig is omdat in de lucht gevaarlijke stoffen kunnen zitten: afhankelijke en onafhankelijke adembescherming. 

Bij afhankelijke ademhalingsbescherming wordt de omgevingslucht gezuiverd met een filter. 

Bij onafhankelijke ademhalingsbescherming wordt zuivere lucht aangevoerd en ingeademd met behulp van een masker of kap, of andere geschikte ademhalingsapparatuur.

Afhankelijke adembescherming

Bij afhankelijke adembescherming wordt de directe omgevingslucht gefilterd en daarna meteen weer ingeademd. Dit kan met verschillende soorten maskers en filters.

Filtermaskers

  • Filterend halfgelaatsmasker tegen deeltjes (mondneusmaskers);
  • Filterend halfgelaatsmasker tegen gassen en dampen of combinaties van gassen en dampen met deeltjes (geen verwisselbare filters);
  • Halfgelaatsmaskers met verwisselbare filters tegen deeltjes en/of gassen en dampen;
  • Volgelaatsmaskers met verwisselbare filters tegen deeltjes en/of gassen en dampen.

Een halfgelaatsmasker wordt ook wel mondneusmasker genoemd. 

Stofmaskers

Stofmaskers beschermen uitsluitend tegen vaste stofdeeltjes, vezels, micro-organismen, nevels en aërosolen (zwevende druppeltjes en stofjes). Half- en volgelaatsmaskers worden altijd gebruikt in combinatie met filterbussen tegen deeltjes, tegen gassen of dampen of tegen een combinatie van beide.

Filterbussen

Er zijn drie typen filterbussen: stoffilters, gasfilters en combinatiefilters. Stoffilters beschermen alleen tegen vaste en vloeibare deeltjes. Gasfilters beschermen tegen gassen en dampen, met uitzondering van koolmonoxide. Combinatiefilters beschermen tegen zowel gassen en dampen als tegen deeltjes.

Motoraangedreven systemen

Dit zijn systemen waarbij de lucht niet wordt aangezogen door de gebruiker zelf maar met behulp van een actieve ventilator wordt aangevoerd. Dit werkt comfortverhogend en biedt bovendien de mogelijkheid om te werken met luchtkappen en luchthelmen.

Onafhankelijke adembescherming

Bij onafhankelijke adembescherming wordt geen gebruikt gemaakt van lucht uit de omgeving, maar van afgesloten luchtcapsules. Dit zorgt voor de onafhankelijkheid van de kwaliteit van de omgevingslucht. Er zijn verschillende situaties waarbij het absoluut noodzakelijk is om onafhankelijke adembescherming te gebruiken:

  • Bij onvoldoende zuurstof;
  • Bij kans op vermindering van het zuurstofgehalte zoals bijvoorbeeld in een besloten ruimte;
  • Bij aanwezigheid van stoffen waarvoor speciale regelgeving geldt;
  • Als de aanwezige stof geen geschikte waarschuwingseigenschappen heeft;
  • Als de verontreiniging te groot is.

Er zijn drie principes van onafhankelijke adembescherming:

  • Ademluchttoestel – deze werken met ademlucht onder hogedruk in flessen, waarbij de lucht gedoseerd naar behoefte in het masker wordt gebracht. Dit is de veiligste methode voor het werken in zuurstofarme ruimten. Met een ademluchttoestel heeft de gebruiker optimale bewegingsvrijheid, maar een beperkte tijd om te werken. Het werken met deze toestellen mag alleen als de gebruiker hiervoor getraind is.
  • Kringloopademtoestel (zuurstofgenererend) – deze kunnen ook gebruikt worden als vluchtmasker.
  • Aansluiting op een ademluchtleidingnet – bij het werken met een ademluchtleidingnet wordt schone lucht naar de gebruiker gevoerd via een leidingnetsysteem. De tijdsduur van werken is bij deze methode in principe onbeperkt. Wel is de gebruiker beperkt in bewegingsvrijheid omdat de lengte van de luchtslang de actieradius bepaalt.

Hoe ga je om met ademhalingsbescherming

Om ademhalingsbescherming veilig te kunnen gebruiken, moeten deze de juiste pasvorm hebben en moet er ook gedegen onderhoud gepleegd worden. Vrijwel alle beschermingsmiddelen die bedoeld zijn voor ademhalingsbescherming, maar gasfilters in het bijzonder, hebben een beperkte gebruiksduur en moeten dus tijdig worden vervangen. 

De werknemer moet overleggen met de werkgever over de ergonomie van de adembeschermingsmiddelen. Hoe beter het masker of toestel past, hoe makkelijker het is om tijdens het werk te gebruiken.  

Ook is het belangrijk dat de voorschriften over onderhoud, reiniging en vervanging van het persoonlijk beschermingsmiddel goed opgevolgd worden. Dat geldt natuurlijk ook voor losse onderdelen als die bij het persoonlijk beschermingsmiddel horen.


2-Beschermende kleding

Werkkleding die bedoeld is om je te beschermen tegen een bepaald risico in je werk, zijn persoonlijke beschermingsmiddelen. Ook kan beschermende werkkleding voor herkenbaarheid zorgen als er bijvoorbeeld het logo van een bedrijf op is aangebracht. 

Werkkleding die bedoeld is om je te beschermen tegen een bepaald risico in je werk, zijn persoonlijke beschermingsmiddelen. Ook kan beschermende werkkleding voor herkenbaarheid zorgen als er bijvoorbeeld het logo van een bedrijf op is aangebracht. 

Werkkleding is meer dan een bedrijfsuniform. Het kan bedoeld zijn om bescherming te bieden tegen allerlei verschillende risico’s. Bijvoorbeeld bescherming tegen infrarood- en ultravioletstraling, of vervuiling. De veiligheidskleding kan ook bedoeld zijn om te kunnen werken in heel hoge of heel lage temperaturen, of om tegen vonken en vuur te beschermen of tegen stoten, steken of snijden.     

Wat zijn de risico’s van werk zonder beschermende kleding?

Bij verschillende werkzaamheden is het nodig om gebruik te maken van beschermende kleding. Het is belangrijk om te zorgen voor passende maatregelen zodat de risico’s zo klein mogelijk zijn. Beschermende kleding moet de juiste bescherming bieden voor het soort werk waar het bij gedragen wordt. 

Aan welke gevaren iemand blootstaat hangt af van de soort werk die gedaan wordt. 

Het persoonlijke beschermingsmiddel, de werkkleding, kan beschermen tegen:

  • Hitte;
  • Vuur;
  • Kou;
  • Uv-straling;
  • Ioniserende straling;
  • Gevaarlijke stoffen;
  • Snijden/steken;
  • Stoten;
  • Vloeistof;
  • Ziekteverwekkers;
  • Slechte zichtbaarheid.

Het kan nodig zijn om ook gebruik te maken van andere persoonlijke beschermingsmiddelen, bijvoorbeeld ademhalingsbescherming of valbescherming.

Verschillende soorten beschermende kleding 

Er zijn diverse soorten werkzaamheden waarbij goed gelet moet worden op passende beschermende kleding. Denk aan het werken in de bouw, werken met straling, werken in extreme temperaturen of met gevaarlijke stoffen.

Beschermende kleding moet bestand zijn tegen zo veel mogelijk vormen van gevaar, zoals die volgens de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) op de werkplek kunnen voorkomen. Dat kunnen vonken zijn bij laswerk of vezels bij asbestsanering. 

Ook zichtbaarheid kan een eis aan beschermende kleding zijn, bijvoorbeeld bij wegwerkers en bij de brandweer. Wanneer de werkgever op basis van de RI&E een keuze voor beschermende kleding heeft gemaakt, is het dragen ervan voor de werknemer verplicht. De kosten van de beschermende werkkleding komen geheel voor rekening van de werkgever.

Enkele voorbeelden van werkzaamheden waarbij het nodig kan zijn om beschermende kleding te dragen zijn:

  • Buiten werken in het donker;
  • Werken met gevaarlijke stoffen;
  • Werken in de zorg;
  • Hulpdiensten (brandweer, politie, ambulance).

Voorbeelden van beschermende kleding:

  • Winterkleding voor korte of langere tijd werken in de kou;
  • Regenkleding;
  • Vlamdovende of vlamvertragende kleding, bijvoorbeeld voor laswerkzaamheden;
  • UV-werende kleding;
  • Vloeistofdichte kleding voor het werken met vloeistoffen, zoals vloeibare chemicaliën, waaronder zuren, logen en/of oplosmiddelen;
  • Wegwerpkleding voor werk in zeer stoffige ruimten of bij werkzaamheden die veel deeltjes veroorzaken, zoals verfspuiten;
  • Signaalkleding voor situaties waarbij de werknemer moet opvallen (bijvoorbeeld bij werken langs de weg of bij het te water geraken en bij aanrijdgevaar);
  • Zaagbroek om extra bescherming te geven voor het werken met een kettingzaag.

Hoe moet er worden omgegaan met beschermende kleding?

Beschermende kleding moet vooral comfortabel zijn en mag niet hinderen. Het moet zo veel mogelijk op maat van de drager zijn. De kleren moeten als het kan ook voldoende ventilerend zijn om te voorkomen dat de kleding van binnen vochtig wordt of te veel isoleert, zodat de drager oververhit raakt.

Het is belangrijk dat de kleding bij het aantrekken altijd schoon is, om langdurig huidcontact met vervuiling (bijvoorbeeld chemicaliën) of andere verontreinigingen te voorkomen. Dat geldt in het bijzonder wanneer de kleren bescherming moeten bieden tegen chemicaliën. Dergelijke kleding wordt na afloop vaak afgevoerd als chemisch afval, terwijl andere kleding moet worden afgespoeld (bij asbest) of enkele malen gewassen kan worden. Volg hierbij altijd de gebruiksinstructies. 

Bij vlamvertragende kleding moet regelmatig de vlamvertrager worden aangebracht. Het reinigen dient te geschieden in een hiertoe speciaal ingerichte wasserij en bijbehorende apparatuur. De kosten voor het wassen zijn nooit voor rekening van de werknemer.

De beschermende kleding moet volgens de instructies van de fabrikant worden onderhouden en gewassen. Als de beschermende functie door slijtage of gebruik kunnen afnemen, moet het duidelijk zijn hoe lang het kledingstuk mee gaat. Na afloop van deze periode moet het kledingstuk vervangen worden. Vervanging van de beschermende werkkleding wordt door de werkgever betaald. 


3-Gehoorbescherming

Slecht horen als gevolg van lawaai op het werk is een vaak voorkomende beroepsziekte. Slecht horen kan tot ernstige maatschappelijke en medische gevolgen leiden. Gehoorbescherming is nodig om lawaaislechthorendheid te voorkomen. 

Wat zijn de risico’s van werk zonder gehoorbescherming

Lawaaislechthorendheid treedt op als het geluidsniveau (volume) in de gehoorgang te hoog is, onafhankelijk van het feit of dit geluid mooi klinkt of als lawaai wordt waargenomen. 

Als vuistregel geldt: als het niet mogelijk is om zonder stemverheffing een gesprek te voeren met iemand binnen een straal van een meter, bestaat de kans op het ontwikkelen van lawaaidoofheid.

Het geluidsniveau is te meten met een decibelmeter. Een decibelmeter geeft het geluidsniveau aan in dB(A).

Risico’s van te hard geluid:

  • Lawaaislechthorendheid;
  • Doofheid;
  • Oorsuizen (tinnitus).

In hoofdstuk 6, afdeling 3 van het Arbobesluit is het wettelijke kader te vinden rondom lawaai op de werkvloer. In artikel 6.8 van het Arbobesluit is meer te vinden over de maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling van geluid op de werkvloer. 

Geluid dat we altijd om ons heen hebben kan een risico worden, zie bijvoorbeeld: 

  • Een normaal gesprek voeren levert een geluidsniveau op van circa 60 dB(A).
  • De pijngrens ligt bij de meeste volwassenen boven 120 dB(A).
  • Een autoradio op vol volume zit met pieken soms wel op 100 dB(A).
  • Het gevaar van lawaaislechthorendheid begint bij werknemers bij 80 dB(A). Boven deze waarde moet de werkgever volgens de Arbowet gehoorbescherming aanbieden. De noodzaak van dit volume moet ook in de risico-inventarisatie en – evaluatie (RI&E) worden opgenomen. Er zullen dan ook maatregelen moeten worden getroffen.
  • Bij 83 dB(A) mag een werknemer maximaal 4 uur zonder gehoorbescherming werken, waarbij er geen onacceptabel grote kans op gehoorschade mag bestaan. In de overige 4 uur mag dan geen hoog geluidsniveau meer voorkomen.
  • Een werknemer is verplicht gehoorbescherming te gebruiken als de dagdosis gemiddeld hoger is dan 85 dB(A).

Verschillende soorten gehoorbescherming 

Er zijn verschillende soorten maatregelen die op de werkvloer genomen kunnen worden om het gehoor van werknemers en anderen op de werkvloer te beschermen.

Bronmaatregelen

Ook bij geluid geldt de arbeidshygiënische strategie: zorg er eerst voor dat de oorzaken aan de bron zijn weggenomen, bijvoorbeeld door een oude lawaaiige machine te vervangen door een nieuwe die stiller is. Als dat, volgens het oordeel van de Ondernemingsraad, niet mogelijk blijkt moet de blootstellingstijd worden verkort. Als ook dat geen oplossing oplevert (onder 80 dB(A)), dan pas is het inzetten van gehoorbeschermers een wettelijk toegelaten optie.

Soorten gehoorbeschermers

Er zijn drie soorten gehoorbeschermers:

• Gehoorkappen die als koptelefoons worden gedragen. Als deze de oren goed omsluiten, dan is een demping met 30 dB(A) mogelijk. Het dragen van gehoorkappen kan verhitting van de oren veroorzaken. Ook isolatie van de omgeving (en resoneren van eigen bewegingsgeluid) kunnen hinderlijke bijeffecten van het dragen van gehoorkappen zijn. 

• Oorpluggen, dopjes, of stopjes die in de gehoorgang worden geplaatst. Ze worden niet altijd goed in het gehoorkanaal ingebracht, waardoor onvoldoende demping optreedt en dus gehoorschade kan ontstaan. Ook zijn ze niet altijd hygiënisch, waardoor gezondheidsklachten kunnen optreden.  

• Otoplastieken zijn op maat gemaakte oordoppen die bescherming kunnen bieden oplopend tot 30 dB(A). Meestal worden ze afgestemd op de demping die noodzakelijk is op de werkplek, zodat ze niet meer dempen dan strikt noodzakelijk. Indoen mogelijk worden ze afgestemd op het soort geluid dat gedempt moet worden (vooral bepaalde tonen of muziek) Het blijft dan bijvoorbeeld mogelijk om een gesprek te voeren. Hierdoor stijgt het draagcomfort. Wel moeten de otoplastieken regelmatig worden gecontroleerd op lekkage en voldoende dempende eigenschappen.

Combinatie van verschillende middelen

Bij het gebruik van een combinatie van verschillende gehoorbeschermers is het niet mogelijk om de afzonderlijke beschermingsniveaus bij elkaar op te tellen. Geluid kan via diverse wegen het middenoor bereiken, ondanks het dragen van een gehoorbeschermingsmiddel. Er moet o.a. rekening worden gehouden met beengeleiding (via schedelbeenderen), de mondholte, geluidslekken in en rondom de gehoorbeschermer en trillingen in de oorkap. 

Bij het gelijktijdig dragen van bijvoorbeeld oorkappen en een gehoorbeschermingsmiddel in de gehoorgang wordt dus nog altijd geluid naar het middenoor geleid. De gezamenlijke verzwakking is daarom altijd minder dan de opgetelde afzonderlijke verzwakking. De maximale verzwakking die met (combinatie van) gehoorbeschermers kan worden bereikt, bedraagt ongeveer 35 dB(A). Meer is niet mogelijk vanwege de geluidsoverdracht via botgeleiding en via de mondholte.

Het is aan te bevelen de informatie die de leverancier van gehoorbescherming verschaft te raadplegen voor de specifieke omstandigheden binnen een bedrijf. Voor welk soort beschermers de werkgever kiest, mag niet door de kosten worden bepaald. Het moet in overeenstemming met de drager worden bepaald.

Op maat gemaakt

Als het persoonlijk beschermingsmiddel voor iemand op maat is gemaakt, moet regelmatig gecontroleerd worden of het nog past en of het nog de bescherming biedt waar het voor bedoeld is. Hoe vaak en hoe zo’n controle moet gebeuren, staat in de gebruiksaanwijzing of in de instructies van de fabrikant. 

Zeker bij op maat gemaakte gehoorbescherming, is het belangrijk om regelmatig te controleren of het persoonlijk beschermingsmiddel nog goed past. Als een op maat gemaakt persoonlijk beschermingsmiddel niet meer past, werkt het niet goed en voldoet het dus niet aan wat wel wettelijke verplichtingen zijn (de werkgever verstrekt een passend persoonlijk beschermingsmiddel). Een niet goed passende op maat gemaakte gehoorbescherming kan een gevoel van “schijnzekerheid” geven. De gebruiker kan zelf niet tot nauwelijks beoordelen of het nog goed functioneert. Het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten stelt dat een op maat gemaakte gehoorbescherming jaarlijks getest moet worden op geluidslekken.

Hoe moet er worden omgegaan met gehoorbescherming 

Om gehoorbescherming op de juiste manier te kunnen gebruiken, moeten deze een goede pasvorm hebben en moet er onderhoud gepleegd worden. Volg hierbij de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing. Let hierbij ook op de levensduur zoals de fabrikant die vermeld heeft.  

De werknemer moet overleggen met de werkgever over de ergonomie van de beschermingsmiddelen. Persoonlijk beschermingsmiddelen moeten zo comfortabel mogelijk zijn en mogen niet hinderen. Het moet zo veel mogelijk op maat van de drager zijn. Er moet aandacht zijn voor draagcomfort wanneer dragen van gehoorbescherming voor verwarming of isolatie zorgt van de oren.

Het dragen van gehoorbescherming kan een effect hebben op de normale communicatie op de werkplek. Let erop dat dit niet tot risico’s leidt.


4-Gezichtsbescherming (gelaatsbescherming)

Gezichtsbescherming, ook wel gelaatsbescherming genoemd, moet gebruikt worden als er risico is op letsel aan het hele gezicht, en het gebruik van alleen een veiligheidsbril dus niet genoeg is. De gelaatsbescherming mag geen beperking opleveren voor het blikveld van degene die het gebruikt. Het is belangrijk dat er goed zicht op het werk en op de omgeving is.

Wat zijn de risico’s van werk zonder gelaatsbescherming

Bij werk waar deeltjes kunnen rondvliegen bestaat er gevaar voor verwondingen in het gezicht. Ook lassen zonder gezichtscherm kan huid- en oogschade veroorzaken. Afhankelijk van het soort werk, en dus welk risico er aanwezig is, wordt een geschikt beschermend gelaatsmasker gekozen. 

Verschillende soorten gelaatsbescherming 

Gelaatsbescherming moet geschikt zijn om bescherming te bieden tegen het risico van het werk. Het kan gaan om:

  • Lasmaskers
  • Gezichtbescherming tegen rondvliegende vaste materialen
  • Gezichtsbescherming tegen spetterende vloeistoffen

Als de gelaatsbescherming niet goed past, biedt het niet de bescherming waar het voor bedoeld is. Voor iedere werknemer die gelaatsbescherming gebruikt, moet dus nagegaan worden of het beschermingsmiddel goed passend en geschikt is.

Hoe moet er worden omgegaan met gelaatsbescherming 

Om de gelaatsbescherming veilig te kunnen gebruiken, moeten deze de juiste pasvorm hebben en moet er ook gedegen onderhoud gepleegd worden. Let hierbij ook op de levensduur zoals de fabrikant die vermeld heeft.  

De werknemer moet overleggen met de werkgever over de ergonomie van de beschermingsmiddelen. Hoe beter het gelaatsmasker past, hoe makkelijker het is om tijdens het werk te gebruiken.  

Ook is het belangrijk dat de voorschriften over onderhoud, reiniging en vervanging van het persoonlijk beschermingsmiddel goed opgevolgd worden. Dat geldt natuurlijk ook voor losse onderdelen als die bij het persoonlijk beschermingsmiddel horen.


5-Handbescherming

Handen zijn extra kwetsbaar bij het gebruik van bepaalde gereedschappen, in bepaalde omstandigheden en/of bij het werken met gevaarlijke stoffen. Door de juiste veiligheidshandschoenen te gebruiken worden de handen beschermd tegen letsel. 

Wat zijn de risico’s van werk zonder handbescherming

Om je handen heel te houden is het belangrijk om afhankelijk van de aanwezige gevaren de juiste handschoenen te kiezen. Een goede risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) is daarom van belang.

Bij de keuze van handschoenen moet je er rekening mee houden dat het gebruik van handschoenen ook juist klachten kan veroorzaken. Dit kan bijvoorbeeld komen door beperkte ventilatie in de handschoen, waardoor de huid niet kan ademen. Maar ook kunnen stoffen in het materiaal van de handschoenen voor klachten zorgen. Denk daarbij aan latex, maïsmeel, nitrosaminen en weekmakers. Specialistisch advies voor de aanschaf en het gebruik van veiligheidshandschoenen kan nodig zijn.

  • Veiligheidshandschoenen kunnen de handen beschermen tegen: 
  • Vaste deeltjes of spaanders zoals stof en splinters;
  • Vloeistofspetters, bijvoorbeeld tijdens het werken met gevaarlijke vloeistoffen;
  • Infraroodstraling en vlammen;
  • Gevaren van het werken laser of UV;
  • Ioniserende straling;
  • Snijden, steken, prikken;
  • Kou;
  • Hitte.

Het kan zijn dat er bescherming nodig is tegen meerdere risico’s tegelijk.

Verschillende soorten handbescherming 

Veiligheidshandschoenen beschermen meestal tegen één of enkele specifieke risico’s. Let dus goed op of je de goede veiligheidshandschoen gebruikt. Bijvoorbeeld: 

  • Snijbestendige handschoenen;
  • Handschoenen ter bescherming tegen chemische stoffen;
  • Handschoenen ter bescherming tegen kou;
  • Handschoenen ter bescherming tegen hitte;
  • Handschoenen ter bescherming tegen elektriciteit;
  • Handschoenen ter bescherming tegen vibratie.

Net als alle andere persoonlijke beschermingsmiddelen zijn veiligheidshandschoenen in te delen in drie categorieën. De indeling is op basis van de ernst van het gevaar waartegen de handschoenen moeten beschermen:

  • Categorie 1: bescherming tegen minimaal risico;
  • Categorie 2: bescherming tegen middelzwaar risico, bijvoorbeeld bij snijbestendige risico’s; en
  • Categorie 3: bescherming tegen onomkeerbare of dodelijke risico’s. Hiertoe behoren de meeste chemisch bestendige handschoenen en bijvoorbeeld de handschoenen die beschermen tegen grote hitte en tegen elektriciteit.

Bescherming tegen mechanische risico’s

Bij het werken met scherpe objecten, materialen en/of werken met gereedschap kan bescherming van handen en soms ook polsen en onderarmen essentieel zijn. Denk daarbij aan het werken met bijvoorbeeld glas, staal en slagersmessen. Afhankelijk van de situatie zijn handschoenen van snijvaste vezels noodzakelijk. Ook bestaan er maliënkolderhandschoenen, die zijn gemaakt van roestvrijstalen vlechtwerk. En er zijn prikbestendige handschoenen verkrijgbaar die opgebouwd zijn uit stalen plaatjes.

Bescherming tegen chemische risico’s

Er bestaan geen handschoenen die tegen alle soorten chemicaliën tegelijk bescherming bieden. De meest geschikte handschoen moet worden gekozen op basis van de chemische stof waartegen het moet beschermen. De veiligheidshandschoenen kunnen onder meer gemaakt zijn van latex, nitrylrubber, neopreen, viton, butylrubber of polyvinylacetaat. 

Bij de keus voor een veiligheidshandschoenen is het mechanische risico of de stof waarmee gewerkt wordt, leidend. In de risico-inventarisatie- en evaluatie (RI&E) staat beschreven welke handschoenen voor welk werk nodig zijn. Essentiële aandachtspunten zijn onder meer:

  • Permeatietijd (hoe snel dringt de stof door de handschoen heen);
  • Penetratietijd;
  • Vingergevoeligheid;
  • Pasvorm. 

Hoe moet er worden omgegaan met handbescherming 

Om veiligheidshandschoen op de juiste manier te kunnen gebruiken, moeten deze een goede pasvorm hebben en moet er mogelijk onderhoud gepleegd worden. Let hierbij ook op de levensduur zoals de fabrikant die vermeld heeft.  

De werknemer moet overleggen met de werkgever over de ergonomie van de beschermingsmiddelen. Hoe beter de veiligheidshandschoenen passen, hoe makkelijker het is om tijdens het werk te gebruiken.  

Ook is het belangrijk dat de voorschriften over onderhoud, reiniging en vervanging van het persoonlijk beschermingsmiddel goed opgevolgd worden. Dat geldt natuurlijk ook voor losse onderdelen als die bij het persoonlijke beschermingsmiddel horen.


6-Hoofdbescherming

Hoofdbescherming wordt gebruik om blessures aan het hoofd te voorkomen, door stoten of vallende voorwerpen. In de bouw, op werkplekken waar met hijskranen wordt gewerkt en in veel productiebedrijven is het dragen van een veiligheidshelm verplicht. De verplichting om een helm te dragen worden aangegeven door een rond blauw bord, met daarop een witte afbeelding van een helm. 

Wat zijn de risico’s van werk zonder hoofdbescherming

Bij verschillende werkzaamheden is het nodig om gebruik te maken van hoofdbescherming om te voorkomen dat er hoofdletsel ontstaat. 

Een persoonlijk beschermingsmiddel om het hoofd te beschermen is meestal bedoeld voor:

  • Situaties waarbij er voorwerpen kunnen vallen en op het hoofd terecht kunnen komen;
  • Situatie waarbij de kans bestaat dat een persoon zelf valt en daarbij gewond raakt aan het hoofd.

Maar een hoofdbeschermingsmiddel kan ook beschermen tegen:

  • Hitte;
  • Vuur;
  • Kou;
  • Uv-straling;
  • Ioniserende straling;
  • Gevaarlijke stoffen;
  • Snijden/steken;
  • Stoten;
  • Vloeistof;
  • Ziekteverwekkers;
  • Slechte zichtbaarheid.

Het kan nodig zijn om gelijktijdig ook gebruik te maken van andere persoonlijke beschermingsmiddelen, bijvoorbeeld ademhalingsbescherming of valbescherming. 

Verschillende soorten hoofdbescherming 

Er bestaat een grote diversiteit aan helmen, waaronder helmen voor situaties waarin werknemers veel naar boven of beneden moeten kijken. Zorg altijd voor een goed passende helm die geschikt is voor het werk dat gedaan wordt!

Keuze veiligheidshelm

De keuze voor een bepaald type veiligheidshelm moet terug te vinden te zijn in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het plan van aanpak voor de uitvoering. Een helm die onder alle omstandigheden goed zit, draagt veel bij aan een veilige werksituatie.

Enkele soorten helmen:

  • Standaardbouwhelm: biedt goede bescherming tegen dagelijkse risico´s, bijvoorbeeld tegen stoten of tegen kleine vallende voorwerpen;
  • Helm met korte klep: voor beperkte belemmering gezichtsveld (bij veel naar boven kijken bijvoorbeeld);
  • Interventiehelm of motorhelm: voor mobiele eenheid, brandweer, medisch personeel en anderen die betrokken zijn bij ongevallen; en
  • Brandweerhelm: beschermt de gebruiker tegen penetratie, vlammen, elektriciteit en hittestraling.

Bij de keus voor een veiligheidshelm moet je letten op: 

  • Binnenwerk met een goede pasvorm en een schaal van lichtgewicht materiaal;
  • Een traploos verstelbare hoofdband voorzien van linnen met leer bekleed;
  • Een brede hoofdband die horizontaal en verticaal direct tegen het hoofd ligt;
  • Een binnenwerk met een zweetband tegen het voorhoofd;
  • Een kinriem die de oren niet afdekt;
  • Eventueel te combineren met andere beschermingsmiddelen, zoals gehoor- en gelaatsbescherming;
  • Te dragen met een wintermuts en winterband;
  • Afdekbare ventilatieopeningen; en
  • Hygiëne.

Uitbreidingen van de hoofdbescherming

Aan de helm kunnen soms oorkappen of een gelaatsscherm bevestigd worden. Deze beschermen tegen geluidsoverlast of rondspattende vloeistoffen, stof, slijpsel en houtsnippers. Voor werken bij lage temperatuur zijn in veel gevallen helmmutsen beschikbaar. Een kinband om de helm aan te gespen is handig bij wind. Een nekflap kan verbranding door zonlicht voorkomen.

Hoe moet er worden omgegaan met hoofdbescherming 

Om veiligheidshelmen op de juiste manier te kunnen gebruiken, moeten deze een goede pasvorm hebben en moet er onderhoud gepleegd worden. Let hierbij ook op de levensduur zoals de fabrikant die vermeld heeft.  

De werknemer moet overleggen met de werkgever over de ergonomie van de beschermingsmiddelen. Een veiligheidshelm moet meestal lange tijd gedragen worden. Daarom is het erg belangrijk dat hij goed past en niet te zwaar en te warm is. Hoe beter de helm past, hoe makkelijker het is om tijdens het werk te gebruiken.  

Ook is het belangrijk dat de voorschriften over onderhoud, reiniging en vervanging van het persoonlijk beschermingsmiddel goed opgevolgd worden. Dat geldt natuurlijk ook voor losse onderdelen als die bij het persoonlijke beschermingsmiddel horen.

Een helm mag niet worden beplakt met stickers, omdat lijm het verouderingsproces versnelt. Dit kan ook gelden voor het aanbrengen van verf of inkt. Breng dus ook geen andere markeringen aan op de helm. Vraag eerst advies aan de fabrikant; deze heeft meestal zelf mogelijkheden voor het aanbrengen van een bedrijfsnaam of logo.


7-Oogbescherming

Oogbescherming wordt gebruikt om schade aan de ogen te voorkomen. Een klein onzichtbaar metaalsplintertje of een spatje van een chemische stof kan pijnlijke en soms onherstelbare oogschade tot gevolg hebben. Ook alle soorten straling kunnen een risico vormen waartegen bescherming nodig is. 

Wat zijn de risico’s van werk zonder oogbescherming

Het risico van schade aan het gezichtsveld kan door allerlei dingen veroorzaakt worden, al naar gelang het soort werk dat je doet: 

  • Hitte;
  • Vuur;
  • Kou;
  • Uv-straling;
  • Ioniserende straling;
  • Gevaarlijke stoffen;
  • Snijden/steken;
  • Vloeistof;
  • Ziekteverwekkers.

Het kan zijn dat er op je werkplek ook andere risico’s aanwezig zijn waartegen je je moet beschermen. Zorg dat je alle persoonlijke beschermingsmiddelen die je nodig hebt goed gebruikt.

Verschillende soorten oogbescherming 

Er zijn meerdere soorten veiligheidsbrillen op de markt die de ogen kunnen beschermen in verschillende situaties. Afhankelijk van het soort werk wordt een geschikt model gekozen die van het juiste materiaal is gemaakt om tegen de specifieke risico’s van het werk te beschermen. 

Veiligheidsbrillen die op het eerste gezicht hetzelfde lijken, kunnen toch verschillend zijn omdat ze niet tegen hetzelfde risico beschermen. Daarom is het belangrijk dat altijd nagegaan wordt of de veiligheidsbril die je wilt gaan gebruiken, ook daadwerkelijk bedoeld is voor de werkzaamheden waar je hem voor nodig hebt. In de gebruiksaanwijzing moet duidelijk staan tegen welke risico’s de veiligheidsbril beschermt.  

Veiligheidsbrillen kunnen lijken op een gewone bril, maar van ander materiaal gemaakt zijn. Er bestaan ook modellen die over een gewone bril gedragen kunnen worden en modellen die aansluiten op het gezicht zodat er geen stof achter kan komen. 

Welk type oogbescherming er ook gekozen wordt, het is altijd belangrijk om bij de keus voor een veiligheidsbril rekening te houden met:

  • Is er een coating aangebracht tegen beslaan
  • Is de pasvorm en de maat goed
  • Is het zicht onbelemmerd in alle werkhoudingen

Verder zijn er ook beschermbrillen: deze worden meestal gebruikt als overzetbril voor mensen die een werkplek tijdelijk bezoeken.

Lasbrillen 

Bij autogeen lassen beschermen lasbrillen alleen de ogen tegen infraroodstraling. Is bescherming van het gezicht noodzakelijk, dan dient een gelaatsscherm gebruikt te worden. 

Aandachtspunten voor lasbrillen: 

  • Een goede lasbril heeft vaak polycarbonaat-glazen; en  
  • Een lasbril moet onbrandbaar zijn.

Op maat gemaakt

Als het persoonlijk beschermingsmiddel voor iemand op maat is gemaakt, omdat er brillenglazen met sterkte of een correctie in zitten, moet regelmatig gecontroleerd worden of deze aanpassingen aan het persoonlijks beschermingsmiddel nog voldoen en of het nog de bescherming biedt waar het voor bedoeld is. Hoe vaak en hoe zo’n controle moet gebeuren, staat in de gebruiksaanwijzing of in de instructies van de fabrikant. Als een op maat gemaakt persoonlijk beschermingsmiddel niet geschikt meer is, werkt het niet goed en voldoet het dus niet aan wat wel wettelijke verplichtingen zijn (de werkgever verstrekt een passend persoonlijk beschermingsmiddel). 

Als een veiligheidsbril gebruikt wordt door mensen die een gewone bril of contactlezen dragen, moet de veiligheidsbril zonder problemen tegelijk gebruikt kunnen worden met de eigen bril of contactlenzen.

Hoe moet er worden omgegaan met oogbescherming 

Om veiligheidsbrillen op de juiste manier te kunnen gebruiken, moeten deze een goede pasvorm hebben en moet er onderhoud gepleegd worden. Let hierbij ook op de levensduur zoals de fabrikant die vermeld heeft.  

De werknemer moet overleggen met de werkgever over de ergonomie van de beschermingsmiddelen. Persoonlijk beschermingsmiddelen moeten zo comfortabel mogelijk zijn en mogen niet hinderen. Het moet zo veel mogelijk op maat van de drager zijn. Er moet aandacht zijn voor draagcomfort wanneer dragen van oogbescherming voor verwarming of isolatie zorgt van de ogen.

Ook is het belangrijk dat de voorschriften over onderhoud, reiniging en vervanging van het persoonlijk beschermingsmiddel goed opgevolgd worden. Dat geldt natuurlijk ook voor losse onderdelen als die bij het persoonlijke beschermingsmiddel horen.


8-Valbeveiliging

Als er gewerkt wordt op een plek waar valgevaar aanwezig is, moeten er maatregelen genomen worden om het gevaar zo klein mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door een hek of leuning te plaatsen. Er is in elk geval sprake van valgevaar bij aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden zoals openingen in vloeren of als iemand meer dan 2,5 meter omlaag kan vallen. Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn altijd noodzakelijk als collectieve voorzieningen voor valbeveiliging onvoldoende mogelijk zijn.

Wat zijn de risico’s van werk zonder valbeveiliging

Valbeveiliging wordt gebruikt om verwondingen door vallen te voorkomen. Een val kan overal gebeuren, ook als er gewoon op de grond gewerkt wordt. Maar in het algemeen geldt dat als de werkplek hoger is, het risico van een val toeneemt. Ook maakt het uit wat er onder de werkplek is. Of je op een glasplaat, een betonnen dak, op de weg of in het water valt maakt uit voor wat de gevolgen van een val zijn.

Veiligheidsgrens: 2,50 meter

Vanaf 2,50 meter spreekt men van werken op hoogte. Dan zijn er aanvullende maatregelen ter voorkoming van valgevaar nodig. 

Bij werk op een hoogte van minder dan 2,50 meter is valbeveiliging ook verplicht wanneer er boven een ondergrond gewerkt wordt waar extra risico’s aan verbonden zijn, bijvoorbeeld bij werken boven water, op verkeerswegen of nabij uitstekende delen. 

Valgevaar dient altijd – bij elke hoogte – in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) te worden meegenomen als een potentieel risico. Artikel 3.16 van het Arbobesluit geeft de aanvullende regels die gelden bij valgevaar.

Verschillende maatregelen op het gebied van valbeveiliging 

Belangrijk is dat er aandacht is voor de risico’s van werken op hoogte en het valgevaar. De werkplek opgeruimd houden is essentieel. Valpartijen kunnen makkelijk ontstaan doordat afval is blijven liggen, gereedschap rondslingert of materialen ‘even’ in de looproute zijn opgeslagen. 

Voor risico’s bij vallen blijken het opruimen van materialen en het hebben van aandacht voor de risico’s het belangrijkste preventiemiddel. Dit behoort dan ook een onderdeel te zijn van werkinstructies en veiligheidsplannen.

Arbeidshygiënische strategie

Als er op hoogte gewerkt moet worden, zijn volgens de arbeidshygiënische strategie (een hiërarchisch stelsel van beheersmaatregelen voor risico’s) de volgende niveaus van beveiliging mogelijk:

  • Een werkplek moet bij voorkeur permanent worden aangepast door bijvoorbeeld vaste balustrades of leuningen te plaatsen.
  • Er moeten tijdelijke voorzieningen worden getroffen, zoals steigers of verplaatsbare dakrandbeveiliging. De organisatie dient erop gericht te zijn valgevaar als continu actief risico te beschouwen.
  • Tijdens een bouwproject moeten zo snel mogelijk vaste trappen worden geplaatst.
  • Wanneer collectieve voorzieningen niet mogelijk blijken, dan is persoonlijke valbeveiliging noodzakelijk.

Persoonlijke valbeveiliging

Als persoonlijke valbeveiliging nodig is worden de volgende risico’s weggenomen:

  • Vallen van hoogte;
  • Abrupt breken van de val (klap); en 
  • Afknelling door vallijn.

Valbeveiliging moet uit drie onderdelen bestaan.

  • Een vast en stevig bevestigingspunt voor de beveiligingskabel;
  • Een harnas dat de medewerker via een kabel verbindt met het bevestigingspunt; en
  • Een valstopapparaat of valdemper.

Een positioneringslijn mag uitsluitend worden gebruikt als gebiedsbeperking en nooit in situaties waarbij een val mogelijk is. Met de juiste lijnlengte kan men voorkomen dat iemand in een gevaarlijk valgebied terecht komt.

De keus voor het juiste type valbeveiliging wordt bepaald door het soort werk dat gedaan wordt! De fabrikant van valbeveiliging geeft aan waar eh hoe de valbeveiliging geschikt is.

Hoe moet er worden omgegaan met valbeveiliging

Valbeveiliging moet altijd volgens de instructies van de fabrikant gebruikt worden. Let hierbij ook op de veroudering van het materiaal en op de levensduur zoals de fabrikant die vermeld heeft.  

De werknemer moet overleggen met de werkgever over de ergonomie van de beschermingsmiddelen.  Als een harnas door meerdere personen gebruikt wordt, is het extra belangrijk om steeds te controleren of het geschikt is voor gebruik door de betreffende persoon. Het moet passen bij de lengte en het gewicht van de gebruiker. Een extra aandachtspunt bij het gebruik door meerdere personen is dat er voor een goede hygiëne gezorgd moet worden. 

Ook is het belangrijk dat de voorschriften over onderhoud, reiniging en vervanging van het persoonlijk beschermingsmiddel goed opgevolgd worden. Dat geldt natuurlijk ook voor losse onderdelen als die bij het persoonlijk beschermingsmiddel horen.

Meer informatie over werken op hoogte staat in het dossier Werken op hoogte


9-Voetbescherming(werkschoenen)

Veiligheidsschoenen worden op veel werkplekken gebruikt. Het voorkomt verwondingen doordat de voeten beschermd zijn tegen vallende voorwerpen, tegen het doortrappen van scherpe dingen of tegen elektrische schokken of uitglijden. Een voetblessure voorkomen door veiligheidsschoenen te dragen voorkomt veel ongemak en verzuim.

Wat zijn de risico’s van werk zonder voetbescherming

Bij verschillende werkzaamheden is het nodig om gebruik te maken van veiligheidsschoenen. 

Aan welke gevaren iemand blootstaat hangt af van de soort werk die gedaan wordt. 

Veiligheidsschoenen kunnen beschermen tegen:

  • Hitte;
  • Vuur;
  • Kou;
  • Gevaarlijke stoffen;
  • Snijden/steken/prikken;
  • Vloeistof;
  • Elektrische schokken.

Het kan nodig zijn om ook gebruik te maken van andere persoonlijke beschermingsmiddelen, bijvoorbeeld beschermende kleding of veiligheidshandschoenen. 

Verschillende soorten voetbescherming 

Er zijn verschillende soorten schoenen op de markt om voeten te beschermen tegen de bestaande risico’s. Het is belangrijk dat werkgever en werknemer samen kijken welke schoenen het meest geschikt zijn voor de nodige bescherming.

De keuze van veiligheidsschoenen 

Het begrip veiligheidsschoen kan over verschillende modellen schoeisel gaan: lage schoen, laars, hoog of halfhoog of laag. Maar ook houten klompen kunnen in sommige gevallen tot veiligheidsschoen gerekend worden. De keuze van de veiligheidsschoen moet zijn afgestemd op het werk en de werkomstandigheden. 

Er zijn veel soorten veiligheidsschoenen verkrijgbaar en er zijn vele leveranciers. Het is aan te bevelen de informatie die de leverancier van de veiligheidsschoenen verschaft te raadplegen wanneer veiligheidsschoenen gekozen moeten worden, zodat de meest geschikte schoenen voor de specifieke omstandigheden binnen een bedrijf gekozen kunnen worden.

Draagcomfort versus bescherming  

Het draagcomfort kan verschillend zijn bij een hoog of een laag model schoen. Iemand die veel knielend werk moet doen, vindt een laag model misschien prettiger, omdat de voet dan makkelijker te bewegen is.  

Het materiaal waar de veiligheidsschoenen van gemaakt zijn, kan bijdragen aan het draaggemak. Een schoen van leer zit anders dan een van kunststof. Hoewel er veel soorten kunststof zijn die onderling ook verschillen. De beschermende werking van veiligheidsschoenen moet voorop staan. 

Maatwerk

Als het persoonlijk beschermingsmiddel voor iemand op maat is gemaakt, moet regelmatig gecontroleerd worden of het persoonlijke beschermingsmiddel nog past en of het nog de bescherming biedt waar het voor bedoeld is. Hoe vaak en hoe zo’n controle moet gebeuren, staat in de gebruiksaanwijzing of in de instructies van de fabrikant. 

Steunzolen en orthopedische aanpassingen

Wanneer gewoon veiligheidsschoeisel niet geschikt is, omdat er steunzolen in moeten of omdat er orthopedische aanpassingen nodig zijn, moet er op gelet worden dat dit niet ten koste gaat van de bescherming. Het kan nodig zijn om bij een gespecialiseerde leverancier geschikte schoenen te laten maken. 

Net als voor alle andere persoonlijke beschermingsmiddelen, moet de werkgever ervoor zorgen dat aangepaste veiligheidsschoenen aan de werknemer kosteloos verstrekt worden.

Hoe moet er worden omgegaan met voetbescherming 

Veiligheidsschoenen moeten net als alle persoonlijke beschermingsmiddel altijd volgens de instructies van de fabrikant gebruikt worden. Let hierbij ook op de veroudering van het materiaal en op de levensduur zoals de fabrikant die vermeld heeft.  

De werknemer moet overleggen met de werkgever over de ergonomie van de beschermingsmiddelen. Als de veiligheidsschoenen goed passen en comfortabel zijn om te dragen, zullen ze gedragen worden wanneer het nodig is, zonder bij het werk te hinderen.  

Ook is het belangrijk dat de voorschriften over onderhoud, reiniging en vervanging van het persoonlijk beschermingsmiddel goed opgevolgd worden. Dat geldt natuurlijk ook voor losse onderdelen als die bij het persoonlijke beschermingsmiddel horen.


Heb je na het lezen van al deze informatie toch nog vragen, stuur ons een e-mail en wij proberen zo snel mogelijk je vraag te beantwoorden, onze email is: info@binnenvaartkennis.nl